Achtergrond

Al sinds ik mijn rijbewijs heb rijd ik in oude auto’s. Mijn eerste auto (een MGB uit 1963) heb ik in 1983 aangeschaft en ik rijd nog steeds met veel genoegen in deze auto. Een aantal jaren later heb ik er een MGC-GT uit ’69 bij gekocht. Deze auto was een barn-find exemplaar uit Californië. De carrosserie was in ongeschonden staat (behalve dat hij een keer slecht was overgespoten) maar technisch moest er een en ander aan gebeuren voordat hij betrouwbaar was. Tussen mijn colleges en tentamens aan de universiteit in Groningen door heb ik de auto technisch gerestaureerd, kaal gemaakt en opnieuw in het originele British Racing Green laten spuiten. Zo heb ik beide MG’s met veel plezier een aantal jaren afwisselend als dagelijkse auto gebruikt. Ook ben ik in die auto’s begonnen met het rijden van rally’s; eerst dag- en weekendritten hier in Nederland, maar al snel internationale rally’s met als absoluut hoogtepunt de Le JOG rally van Land’s End (het zuidwestelijkste puntje van Cornwall) naar John o’Groats: de noordoostelijkste punt van Schotland. Bijna 1.000 mijl over binnenweggetjes gedurende drie dagen en nachten. En dat in ’t tweede weekend van december, dus kou, regen en sneeuw onderweg. Wonder boven wonder eindigden we als 3e in onze klasse, tegen een overmacht van doorgewinterde Healeyrijders.

In de loop der jaren is mijn belangstelling steeds meer naar vooroorlogse auto’s uitgegaan, beginnend midden jaren ’90 met de Morgan Aero uit 1927. Een minuscule ketting aangedreven driewieler met een 998 cc. JAP V-twin motor voorop. Mijn fascinatie voor ketttingaandrijving is met die Morgan begonnen en al snel kwam er dan ook een ketting aangedreven auto bij: een 1917 American LaFrance. Een monster van een auto met een 14,5 liter 6 cilinder motor van het Mercedes Simplex type. Ik heb deze auto als ‘rolling chassis’ gekocht bij Ken Senior in Chertsey in Engeland. Niet wetend hoe ik deze immense restauratie aan moest pakken heeft het kale chassis een aantal jaren in mijn schuur gestaan. Totdat een goede vriend en ik hadden bedacht dat we samen een grote reis wilden gaan maken. We hadden destijds de financiële middelen, tijd en energie om zo’n avontuur aan te gaan en stuitten al snel op een rally die onze fantasie prikkelde: de HERO London to Cape Town rally. Een 16.000 kilometer lange rit dwars door Europa, Turkije, Syrië, Jordanië en Egypte via Uganda, Kenia, Tanzania, Malawi, Zambia en Namibië naar Zuid-Afrika. We spreken over 1996 - de rally stond gepland voor het najaar 1998 - en we hadden nog geen auto. Al snel realiseerde ik me dat de American LaFrance misschien wel de ideale auto voor zo’n monsterrit zou zijn: gemaakt voor slechte wegen, met grote houten spaakwielen, geen elektronica, geen schokbrekers, etc. Mijn reiskompaan had aanvankelijk een iets comfortabeler idee van ons vervoer op deze wereldreis, dus het heeft even geduurd voordat we het eens waren. Toen eenmaal de kogel door de kerk was begon ik met de restauratie en preparatie van de ALF: motor, versnellingsbak en differentieel demonteren en nieuw opbouwen, radiateur restaureren, carrosserie bedenken (uiteindelijk hebben we gekozen voor een kopie van de Itala waarmee Prins Borghese de Peking-Parijs rally in 1907 heeft gewonnen), stoelen ontwerpen & maken, spatborden lassen, benzinetanks maken (3 stuks, totaal 300 liter), koffers zoeken, opbergplaatsen voor reserve-onderdelen en gereedschap bedenken, enz. enz. enz.

Vanaf het moment dat de techniek klaar was zijn we met de auto gaan proefrijden om eventuele kinderziektes te ontdekken en gaandeweg kwam de auto gereed voor de start van de rally op 24 oktober 1998 in Londen. Op weg naar de start in het drukke verkeer van Londen heb ik waarschijnlijk een keer verkeerd geschakeld en is een tand in de versnellingsbak afgebroken. Die is gaan rondzingen en aan ’t eind van de 1e dag van de rally stonden we net buiten Luik zonder 2e versnelling. Gelukkig had de man waarvan ik de auto had gekocht ons beloofd dat hij ons uit de brand zou helpen als we met panne stonden. Met lood in m’n schoenen heb ik hem gebeld en hij heeft direct de versnellingsbaktandwielen uit een auto in zijn verzameling geschroefd en met monteur en al naar Luik gestuurd. Enfin, de volgende middag om drie uur zat alles er weer in en konden we onze achterstand op de andere rallydeelnemers proberen in te halen. De auto heeft het na dit incident perfect gedaan (afgezien van 16 lekke banden) en we zijn 6 weken later met vlag en wimpel over de finishlijn in Kaapstad gereden.

Na dit onvergetelijke avontuur hadden we de smaak te pakken en hebben in 2001 nogmaals een lange internationale rally gereden: de Jewel of India. Een rondrit van 6.000 kilometer beginnend in Udaipur en via Bhopal, Varanasi, Kathmandu, Shimla, Amritsar, Gajner en Jaisalmer weer terug naar Udaipur. Deze rally hebben we met een andere auto gereden, een Bentley 3 litre uit 1927. Niet heel veel jonger dan de LaFrance, maar onvergelijkbaar veel comfortabeler. Deze rally was aangekondigd als een relaxte rit langs maharadjapaleizen, maar het bleek een afmattende tocht over honderden kilometers zandpaden en wegen met immense potholes. Ook waren we niet voorbereid op de overvolle steden met aftandse vrachtauto’s, bussen, auto’s, riksja’s en duizenden voetgangers. Onze auto heeft deze rit wonderbaarlijk goed doorstaan, maar veel van de overige deelnemende auto’s hebben de rally niet of nauwelijks overleefd. Iedereen die kon helpen werd ingeschakeld om die auto’s in de rally te houden en ik heb dan ook heel veel aan andermans auto’s moeten sleutelen: gebroken chassisbalken, schokbrekers, bladveren, spaakwielen, carterpannen, versnellingsbakken; geen onderdeel bleef bespaard op deze abominabele wegen. Ik moet zeggen dat de meeste slachtoffers onder de naoorlogse auto’s vielen en dat mijn waardering voor de uitzonderlijke kwaliteit van de auto’s uit de jaren ’20 en ’30 dan ook sterk is gestegen. Dit inzicht is met de jaren alleen nog maar versterkt.

 

De kwaliteit van het ontwerp en de gebruikte materialen waren in die jaren van zeer hoog niveau en dat bewijst zich op zo’n enerverende rit telkens weer – ook 80 jaar later nog.

Vanzelfsprekend zijn ook de preparatie en het preventieve onderhoud cruciaal voor het betrouwbaar functioneren van de auto tijdens zo’n rally.

Hiermee kom ik tot de kern van dit inleidende verhaal: in de vele jaren dat ik met klassieke auto’s woon-werk verkeer, vakantietochten, rally’s, regelmatigheidsritten, gymkana’s en circuitdagen heb gereden, heb ik ook een berg aan technische kennis van die auto’s opgedaan. Ook heb ik een omvangrijk netwerk in de klassieke autowereld opgebouwd, waardoor ik de juiste mensen voor onderdelen en specialistisch advies kan benaderen. Veel vrienden en bekenden weten mij dan ook te vinden als ze een probleem met hun klassieke auto hebben.

En nu ben ik in mijn leven op een moment aanbeland, dat ik mijn hobby wil omzetten naar een ideaal dat veel mensen voor ogen hebben: Maak van je passie je werk!

Getriggerd door de vele hulpvragen van vrienden en bekenden - maar ook steeds vaker onbekenden die mijn naam via via hoorden - heb ik  besloten om deze  stap te maken.  Vanaf nu is mijn expertise ook voor u beschikbaar.